‘Hoe gaat het met je nieuwe boek?’ Dat is zo’n beetje de meest gestelde vraag die ik voorbij hoor komen tegenwoordig. Dat is op zich geweldig, want het betekent vaak dat mensen niet alleen betrokken zijn, maar ook benieuwd naar een nieuw verhaal en dat is goed voor de moraal van een schrijver. Heb je in ieder geval het gevoel dat er op je werk wordt gewacht…
Maarrrrrr… ze zeggen dat een tweede boek schrijven moeilijk is. Dat vond ik op zich wel meevallen. Ik zat er lekker in en wist precies waar ik heen wilde met Vaderstad destijds. Nee, dan nu boek drie. Ook een verhaal met autobiografische elementen, even pittig, rauw, grappig, ontroerend (vind ik zelf dan), maar anders dan de eerste twee. Inmiddels heb ik ongeveer 50 halve opzetjes, verhaallijnen, lege Word bestandjes met de naam Synopsis en een overvol document met Research en niet te vergeten die met Spaanders (daar dump ik al mijn schrijfafval in om er soms later nog eens in terug te kijken).
De hoooooogste tijd om met mijn uitgever eens om de tafel te gaan zitten om structuur aan te brengen in de (relatieve) chaos in mijn hoofd, mijn computer en in mijn schrijversbestaan. Een geluk bij een ongeluk; aan inspiratie en ideeën geen gebrek, noch aan grappige scènes en opties, maar op een of andere manier valt het maken van keuzes me bij dit boek verd&^%$##*&() zwaar. Ze zeggen dat het erbij hoort.
Gewoon doorgaan dus maar. En vertrouwen op een goede afloop.
Was ik maar een vrouw. Dan kon ik me tenminste verliezen in ongegeneerde comfort eating.





Leave a Reply