Dagboek van een Hufter – Patrick van Rhijn

1
De stilte en de warmte begonnen langzaam tot me door te dringen.
Ik deed mijn ogen open, sloeg de dekentjes van me af en
blokte met één hand het zonlicht dat op de muur van mijn kamer
weerkaatste. Buiten raasden auto’s voorbij over de drukke
hoofdstraat van Rotterdam Charlois. Vanuit de tuin achter ons
huis hoorde ik vogels fluiten en ergens verderop speelden grote
kinderen een luidruchtig spel. Ik tuurde de gang in. Zoals altijd,
jassen aan de kapstok, rijen schoenen langs de muur en daarachter
de gesloten tussendeur naar de keuken.
‘Papa?’ riep ik om te laten weten dat ik wakker was en uit bed
wilde. Geen reactie. Ik ging op mijn knieën zitten, boven me hing
mijn op school geknutselde verjaardagsmuts. Ik gaf een klap
tegen de 5. Er viel een propje van crêpepapier af.
Weer riep ik. Nu voorzichtig iets dwingender. Vrolijke stemmen
van mevrouwen passeerden mijn raam. Ik schrok op. Mama?! De
stemmen stierven weg in het geraas van de auto’s zoals ze gekomen
waren. Ik draaide mijn hoofd naar de uitgestorven gang. Was
ik alleen? Een prop van angst zette zich vast in mijn keel. Zou
papa ook zomaar weg zijn gegaan? Nu wilde ik uit bed stappen.
Alleen, ik durfde niet. Als papa Herman erachter zou komen dat
ik op eigen houtje uit bed was gekropen, dan zwaaide er wat.
‘Pappie?!’ Ik jammerde er een beetje bij, steeds harder. Maar
hoe ik ook liet merken dat ik wakker was, ik hoorde niets wat ik
herkende of wat me geruststelde. Ik begon te roepen en uiteindelijk
te schreeuwen. Eerst om mijn vader. Toen om mama. Ook
al wist ik wel dat ze er niet was. Snot en tranen vermengden zich
op mijn wangen en in mijn mondhoeken.

‘Mahhhh-maaaa!’ Waarom hoorde ik nou niks? Ik wilde papa
tegemoet rennen, veilig wegkruipen op zijn schoot en in zijn sterke
armen, maar de angst voor een pak rammel hield me tegen.
‘Ik wil niet, papa. Ik wil niet alleen!’ Net toen de paniek nabij
was, raakten mijn voeten het zeil en rende ik de gang in. Vaders
speciale legerjasje met de grote glimmende knopen, dat hij laatst
trots bij een winkel met oude kleren had gekocht, hing over een
van de paars-oranje eetkamerstoelen.
De televisie stond aan zonder geluid. Er renden meneren op
een voetbalveld achter een bal aan. Het klapdeurtje in het dressoir
stond wagenwijd open. Papa had me meer dan eens verboden
om achter het deurtje te kijken, laat staan iets aan te raken.
Flessen en kleuren weerspiegelden tegen de achterwand. Ik
kende die flessen wel. Papa haalde ze altijd tevoorschijn als hij
voor de tv zat, alleen of met vrienden of ’s avonds als ik naar bed
was, met mevrouwen die ik niet kende. Op een vreemde manier
stelden de flessen me gerust. Net als de tv die aanstond. Want,
wist ik inmiddels, als het deurtje openstond en de tv aan, dan
was papa nooit ver weg.

Het gratis hoofdstuk kun je hier downloaden als PDF

 
 
 
 
 

Patrick's boeken zijn natuurlijk ook te koop bij:

 
 

Uiteraard kun je Patrick ook vinden op: